Hoe denken beelddenkers en hoe werkt dit op school?

Ons onderwijssysteem is verbaal en op volgorde ingesteld. Beelddenkers echter verwerken de informatie met ál hun zintuigen tegelijk: horen, zien, doen, ruiken en voelen. Alleen op deze manier zijn ze in staat een beeld te vormen bij de aangeboden stof. Dit moeten ze dan nog verwerken en onthouden. Dat kost veel tijd.

Beelddenkers behoren veelal tot het non-verbale type; ze denken vooral in beelden en minder in taal/begrippen.

Wat betekent dit nu precies?

Beelddenkers merken veel op van wat ze zien en onthouden beelden en details en kunnen precies aangeven wat er gebeurde, ze kunnen situaties als een film voor zich zien.

Beelddenkers hebben een totaalbeeld in hun hoofd en weten hoe het één en ander in elkaar zit, ze zetten bijvoorbeeld losse onderdelen van een brommer zetten ze schijnbaar moeiteloos in elkaar.

Als ze een klein element van het geheel zien, weten ze de rest al. Dat maakt dat ze dikwijls niet meer luisteren, niet meer bij de les zijn, dromerig worden gevonden en bezig zijn met de eigen voorstellingen en ideeën. In beelden wordt informatie gelijktijdig aangeboden. Deze informatie omzetten in taal kost tijd.

Wat is nodig op school?

Een aangepaste aanpak voor beelddenkers:

  • inzicht gaat vooraf aan automatisering
  • aandacht voor overeenkomsten en verschillen
  • verwerking met behulp van visuele, tactiele en motorische oefeningen
  • vaak en kort oefenen
  • afkijken mag
  • leren structuur en ordening aan te brengen door het samen maken van schema’s, stappenplannen en werkstructuren
  • werken via inzicht en begrip, niet het opdreunen op instampen van leerstof
  • niet vooral van buitenaf aanschouwelijk
Wat mag je van de leerkracht verwachten?
  • bereidheid zich in te leven en aan te passen aan de vraagstelling
  • goed kijken en luisteren naar wat de leerling aangeeft als “zijn eigen weg”
  • stimuleren van het scheppen van een passend beeld om het begrip en de tekens te onthouden. Plezier in de creativiteit van de beelddenker en waardering voor de vondsten
  • tempo aanpassen om de vertaalslag te maken. Steeds sneller leren toepassen van vereenvoudigde beeldenmateriaal voorzetten, maar zelf afbeeldingen zoeken en maken, er handelend en ervarend gevoel voor krijgen en als zodanig bevorderen dat het iets van zichzelf wordt.

Geef een reactie